Toernooien

De biljartvereniging Castricum (BVC) organiseert regelmatig zelf toernooien zoals bijvoorbeeld de open kampioenschappen van Castricum in de spelsoorten driebanden en libre. De BVC wordt ook gevraagd door het district Noord-Holland-Midden of de KNBB om toernooien en voorwedstrijden in haar accommodatie te laten plaatsvinden. In het afgelopen seizoen zijn de onderstaande toernooien en voorwedstrijden georganiseerd. 

Toernooien

Spanning en Strijd: BVC 4 Grijpt Net Naast Gewestelijke Titel!

Skn D3418 A

Het buurt- en biljartcentrum in Castricum was in het weekend van 11 en 12 mei 202 de arena van de gewestelijke finale voor teams in de C2 klasse libre. De organisatie van deze spannende finale lag in handen van biljartvereniging Castricum (BVC), met Alex Völker als vertrouwde toernooileider. Het weekend bracht een aantal onverwachte uitdagingen met zich mee. De teams van Sombroek en De Taveerne hadden zich namelijk onverwachts afgemeld, en sommige andere teams moesten last-minute hun opstellingen aanpassen. Alsof dat nog niet genoeg was, bleek ook Biljartpoint, software van de KNBB voor toernooien, kuren te hebben. Gelukkig wist Alex met al zijn ervaring alle problemen tijdig te tackelen.

Door de afmeldingen kwamen de halve finales te vervallen. Het werd nu direct een finalepoule met zes teams namelijk: 

  • B.C.L. 1 uit Lambertschaag, de titelverdediger. 
  • Rappel uit Zaandam;
  • De Klipper 4 uit Hillegom;
  • De Verende Banden uit Waarland, een prachtige naam voor een biljartvereniging. 
  • De Lindeboom uit Westwoud;
  • Het eigen BVC 4-team, bestaande uit Hans Molenaar, Herman Waldram, Theo Klaver, Ger van Velzen en Robert Tump.

BVC was dus op volle oorlogssterkte. Zoals Herman voorafgaand zei: "We hebben er alles aan gedaan qua training. Hopelijk komt het er dit weekend allemaal uit. Het blijft echter een finale en dan is er toch ook sprake van wedstrijdspanning. We gaan het zien, ik heb er wel veel zin in."

Op zaterdag werden om precies 11.00 uur de ballen aan het rollen gebracht voor de eerste ronde in de finalepoule. In deze eerste ronde had ons eigen team vrij en kon de concurrentie met argusogen gadeslaan. Al snel bleek dat de teams aan elkaar gewaagd waren. De vorm van de dag, het beheersen van de wedstrijdspanning en een beetje geluk zouden wel eens belangrijke ingrediënten kunnen zijn voor al dan niet succes.

In de tweede ronde speelde het BVC 4-team tegen het team van de Verende Banden. Hans Molenaar, teamleider, had voor deze eerste wedstrijd de volgende opstelling gekozen: 1e man Robert Tump, 2e man Theo Klaver en als 3e speler Ger van Velzen. Ger kon echter zijn draai in de openingswedstrijd niet vinden. Op geen enkele wijze kon hij het zijn tegenstander Sjaak Valk moeilijk maken. Een hoogste serie van vier caramboles getuigde van zijn worsteling in deze partij. Normaal gesproken heeft Ger minimaal één serie in de dubbele cijfers. Sjaak Valk pakte overtuigend de twee wedstrijdpunten. Theo Klaver, die al het hele seizoen ijzersterk speelt, liet ook in zijn partij tegen Jos Smit zijn klasse zien. Theo, een echte teamspeler, maakte in vrijwel elke beurt zijn caramboles en liet zijn tegenstander met lege handen achter. Zijn twee wedstrijdpunten zorgden voor een gelijke stand op dat moment in de wedstrijd. Alle ogen van het thuispubliek waren nu gericht op Robert Tump. Als enige speler moest hij in zijn partijen 110 caramboles zien te maken om de winst naar zich toe te trekken. John Bruin, zijn tegenstander, had als opgave om 75 caramboles te maken, wat er 35 minder waren dan Robert. Tumpie, zoals hij liefkozend wordt genoemd, liet er geen gras over groeien. In slechts 9 beurten trok hij de partij naar zich toe met een moyenne van 12.222. Zijn overtuigende zege betekende ook winst voor het BVC 4-team (5-2).

In de derde ronde was Rappel uit Zaandam de te nemen horde voor BVC 4. In deze wedstrijd mocht Ger van Velzen het opnemen tegen Theo Smit, een zeer lastige tegenstander. De partij werd een echt gevecht. In het begin had Ger nog steeds niet "het lekkere gevoel", en Theo liep gestaag uit. Eén van de sterke punten van Ger is dat hij nooit opgeeft, en deze wedstrijdmentaliteit betaalde zich ook in deze partij uit. Ondanks moeizaam spel trok hij de winst naar zich toe. Theo Klaver speelde een bloedstollend spannende partij tegen de geroutineerde Willem de Flart. Zeker in het begin was het sprokkelen voor Theo, terwijl zijn tegenstander als een pijl uit de boog van start ging met onder meer een serie van 25 caramboles. Theo schakelde echter naar een hogere versnelling met mooie series van 16 en 20 caramboles, waardoor hij het geslagen gat bijna wist te dichten. In beurt 18 ging Willem de Flart uit. Theo moest in de nabeurt nog vier caramboles maken. Zijn teamgenoten keken gespannen toe. Theo hield het hoofd koel en maakte de vier punten met flair, waardoor de partij in remise eindigde. Teamcaptain Hans Molenaar wist in zijn partij tegen Johan Zeedijk de zege naar zich toe te trekken. Hans zei na afloop: "Ik heb niet lekker gespeeld en ik had mazzel dat mijn tegenstander ook niet in vorm was. Er telt vandaag maar één ding, en dat is winnen, en dat is mij gelukt."

De vierde ronde heeft de auteur helaas niet live kunnen zien. Hij moest zich in het ziekenhuis een vaste voorhand laten aanmeten. In de ochtend was hij met de fiets gevloerd door een kleine hond. Zowel de hond als de auteur leken er zonder kleerscheuren vanaf te zijn gekomen. Na het smeren van meer dan 50 luxebroodjes nam de hand iets andere vormen aan en zorgde voor een zwetende en wit wegtrekkende auteur. De witte biljartballen hadden meer kleur. Koppigheid of eigenwijsheid is hem niet vreemd, maar na enig aandringen ging hij toch maar richting Beverwijk.

Na terugkomst vernam hij dat de wedstrijd tegen De Klipper met 5-2 was verloren. De vraag is nu of er een causaal verband zit tussen zijn afwezigheid en het mindere spel van het team? Volgens Peter Groenendal, een enthousiast toeschouwer, had Hans Molenaar zeker kansen gehad op de winst, maar hij pakte die niet. Herman Waldram had zich tegen de sterk spelende Tom Vloedmans kranig geweerd, maar Tom was in deze partij in vorm. Met een moyenne van boven de drie maakte hij de partij uit. Ger van Velzen had na een lang verbeten gevecht tegen Ricardo de Bruin de twee wedstrijdpunten binnengehaald. Het eerste verlies voor het BVC 4-team was daar (2-5). Uitzicht op de gewestelijke titel was er nog steeds. Johan Zeedijk, speler van Rappel, verdiende deze zaterdag een enorme pluim voor zijn sportiviteit. Hij leek zijn partij uit te maken, maar ging uit zichzelf op de stoel zitten omdat hij een bal toucheerde. Niemand, ook de arbiter van dienst niet, had het gezien. Het toppunt van sportiviteit dat absoluut navolging verdient.

Op zondag 12 mei 2024 werden er nog drie ronden gespeeld in deze districtsfinale. In de vijfde ronde was het team van BVC vrij. Na deze ronde was het duidelijk dat de strijd om de titel zou gaan tussen BCL, De Verende Banden en de BVC. De opdracht voor de manschappen van BVC 4 was helder: twee keer winnen.

In de zesde ronde werd de strijd aangegaan met het team van De Lindeboom. In the battle of nature, tussen Klaver en Appelman kwamen de punten als stromend water. In de beginfase was het Nico Appelman die de caramboles van tafel plukte. Theo Klaver vond zijn snoeischaar na 5 beurten en zorgde met goed seriewerk voor een lawine aan punten. Na slechts 15 beurten trok hij de partij naar zich toe, met een florissant moyenne van 4,33. Nico Appelman verzuchtte na afloop: "Tegen dit natuurgeweld was ik niet opgewassen." Robert Tump ging de strijd aan met Rober Commandeur. Beide heren zetten hun beste beentje voor. Rober kon lange tijd in het spoor van Robert blijven, maar een serie van 36 werd hem te machtig. Na 14 beurten was Robert Tump uit en waren de twee wedstrijdpunten binnen. Herman Waldram speelde in zijn partij tegen Nico Schaper beneden zijn niveau. Hij had duidelijk last van wedstrijdspanning. Ook Nico kon zijn draai niet vinden. Beide heren vochten voor elke carambole, en het was uiteindelijk Herman die er met de zege vandoor ging, waardoor de einduitslag 7-0 werd.

In de zevende en laatste ronde stond de nummer 1, BCL, tegenover de nummer 2, BVC. BCL stond er iets beter voor met twee wedstrijdpunten meer en een fractioneel beter teammoyenne. BVC moest dus winnen om de gewestelijke titel te pakken. BCL was een team met ervaren spelers en wilde maar wat graag hun vorig jaar behaalde titel prolongeren. Robert Tump speelde tegen Sjaak Beers. In tegenstelling tot zijn voorgaande partijen begon hij niet lekker; de caramboles kwamen moeizaam. Sjaak nam dan ook een behoorlijke voorsprong in de partij en leek op de zege af te stevenen. Echter, Robert Tump wenste niet op deze wijze te capituleren en met een imposante serie van 41 caramboles (de hoogste van het hele toernooi) pakte hij toch de twee wedstrijdpunten. Herman Waldram, onze eigen knuffelwalrus, nam het op tegen Lammert Odie. Het werd echt een robbertje vechten, want beide spelers waren niet in goeden doen. De heren kozen ervoor om het spel ruim te houden en de speelbal niet al te zacht af te stoten. Lammert bouwde gestaag een ruime voorsprong op. Herman leek met een serie van 10 caramboles terug te komen in de partij, maar het was Lammert die na 33 beurten aan het langste eind trok. Het verlies van Herman betekende wel dat teamcaptain Hans Molenaar moest winnen van Marcel Smit. Marcel was op voorhand al een lastige tegenstander voor Hans, want hij is een meester in het ruime spel. Hans richt zich meer op het seriewerk. Deze verschillende spelopvattingen zorgden voor een zeer spannend verloop van de partij. Beide heren gingen min of meer gelijk op. Hans kreeg de ballen op de kop van de tafel en maakte tien caramboles, en had nog slechts zes caramboles te gaan. Deze leken er te liggen, want de ballen lagen klein. Op een onverklaarbare wijze gleed Hans van de stootbal af en miste. Marcel liet dit buitenkansje niet aan zich voorbijgaan en trok de partij naar zich toe. BCL won dus met 4-3 van BVC en prolongeerde daarmee de gewestelijke titel.

Rolf Greshof, voorzitter van de BVC, dankte tijdens de prijsuitreiking allereerst de arbiters en de vrijwilligers voor hun medewerking en inzet. Er klonk een zeer verdiend en luid applaus. Vervolgens reikte hij de prijzen uit en complimenteerde hij alle teams voor hun zeer sportieve strijd. Hoewel hij als voorzitter van de BVC graag het eigen team had zien zegevieren, erkende hij dat BCL de terechte kampioen was. Zij hadden als team al hun wedstrijden gewonnen, en dan verdien je gewoonweg de titel. Alle deelnemers keken terug op een zeer geslaagde finale en dankten de BVC voor de perfecte organisatie van het toernooi en de gastvrijheid.

De evaluatie na afloop met ploegleider Hans Molenaar, die in mineurstemming was, en enkele teamleden leverde de volgende onbeantwoorde vragen en bevindingen op:

  • Theo Klaver, de Raymond Poulidor van het biljarten, heeft een abonnement op tweede plaatsen. Dus als hij in het team speelt, eindig je nooit hoger toch?
  • Theo en Robert Tump waren juist het fundament van het team. Zij bleven ongeslagen in al hun partijen en speelden boven hun algemeen moyenne. De zwakke schakels van de ketting zaten dan elders maar waar?  
  • Was de opstelling in de laatste beslissende wedstrijd niet goed? Zowel Herman als Hans hebben hun kansen gehad in de wedstrijd maar helaas laten liggen. 

De conclusie is simpel en eenvoudig: over twee dagen bekeken had er één partij meer gewonnen moeten worden, het maakt niet uit door wie. Eén van de drie musketiers, zijnde Herman Waldram, Ger van Velzen of Hans Molenaar, had één wedstrijdje meer moeten winnen dan was Almere, alwaar de finale wordt gespeeld,  gehaald. De badplaats Castricum was hun Waterloo, hoe we het ook draaien of keren. 

Uitslagen gewestelijke finale.

Teams 1
Skn D3418
Poo I8733
Teams 3
Fha Q5084
Teams 2