10 vragen aan...

Bij Biljartvereniging Castricum spelen ruim 190 leden op regelmatige basis hun spelletje biljart. In deze rubriek zal zo nu en dan één van de spelende leden aan het woord komen. Het gesprek heeft iedere keer als basis 10 dezelfde vragen. 

Dirk
16 May 2026

Dirk Twisk

In dit interview richten we de schijnwerpers op Dirk Twisk. Dirk is zo’n lid waarvan iedere vereniging er meer zou willen hebben. Zonder officiële functie steekt hij als vrijwilliger vaak de handen uit de mouwen. Samen met Cor Hoebe en Gerard Veldt is hij een van de drijvende krachten achter de vrijdagmiddagcompetitie. Teams uit de eigen en omliggende gemeenten spelen daarin van oktober tot en met april hun wedstrijden. Een gezellige middagcompetitie met een organisatie die soepel en flexibel draait.

Daarnaast is Dirk betrokken bij het lesgeven aan nieuwe leden. Met zichtbaar plezier probeert hij zijn liefde voor het biljartspel over te brengen. Ook bij andere activiteiten wordt zelden vergeefs een beroep op hem gedaan.

Rond kerst en in de zomervakantie schittert Dirk in zijn rol als opa. Kleinzoon Xavi komt dan over uit Spanje. Vier handen op één buik, glimmende ogen en uren samen spelen in onze accommodatie. Poolen en biljarten wisselen elkaar af. Tijdens het familietoernooi vormen ze een vast koppel dat met volle overgave speelt. Zonder onvertogen woord, maar met zichtbaar plezier. Opa en kleinzoon delen nog een passie: sport, met voetbal op de eerste plaats.

Dirk voetbalde zelf verdienstelijk bij Vitesse ’22 en werd regelmatig geselecteerd voor het Noord-Hollands elftal. Dat bleef niet onopgemerkt. FC Zaanstreek bood hem zijn eerste contract aan. Na de fusie met Alkmaar ’54, waaruit het huidige AZ ontstond, maakte hij tot 1975 deel uit van de hoofdmacht. De mannetjesputter uit Bakkum speelde tegen illustere tegenstanders als Johan Cruijff, Epi Drost en Willy van der Kuijlen. Bij AZ stond hij samen op het veld met onder meer good old Wim de Jager, Kees Kist en Kristen Nygaard.

Hoe deze topsporter uiteindelijk bij het biljarten terechtkwam? Tijd om aan Dirk Twisk de tien vragen eens voor te leggen. Het leverde een mooi gesprek op, dat zich zeker niet alleen tot biljarten beperkte. 

Kun je kort iets vertellen over jezelf?

Mijn naam is Dirk Twisk. De meeste mensen noemen mij Dick, maar officieel is mijn naam Dirk. Ik ben geboren in de Tweede Wereldoorlog op 16 november 1943 op de Heereweg 20 in Bakkum. We waren een boerengezin dat bestond uit pa, ma, drie zussen en ik. Op de boerderij was het hard werken; we hadden voornamelijk koeien en paarden.

Na de oorlog gingen veel mensen vanuit Amsterdam wandelend naar het eiland Texel. Zij deden dat in drie etappes en de eerste stop was bij onze boerderij. Ze sliepen dan op de hooizolder. Ik herinner mij gezellige avonden met muziek, dans en een drankje. Bij mijn vader ontstond het idee van een trekkersherberg. Hij kocht de boerderij van zijn broer en daar werden barakken opgezet, die in de Flevopolder voor de eerste bewoners waren gebruikt. De verbouwing verliep langzamer dan gedacht. Er waren al vele boekingen binnen, dus mijn vader week uit naar Wijk aan Zee. In het pand Maris Stella werden dus onze eerste echte gasten ontvangen. Ik heb daardoor enige tijd in Wijk aan Zee gewoond. In 1956 werd de jeugdherberg De Mantelmeeuw geopend met 120 slaapplaatsen en een woning. Het boerenbedrijf werd door mijn ouders verkocht en zij wijdden zich volledig aan de jeugdherberg. In 1965 werd het etablissement overgenomen door de familie Opdam.

Na de lagere school ben ik naar het Cios in Overveen gegaan om sportleider te worden. Fysiek gezien een zware opleiding, want vrijwel alle sporten, behalve biljarten, moesten op een hoog niveau worden beoefend. Ik ben van mening dat ik daar de basis heb gelegd voor mijn goede lichamelijk gesteldheid. Ondertussen zette ik ook mijn eerste stappen op het voetbalveld. Dat ging zo goed dat ik jarenlang profvoetballer ben geweest.

Na het Cios werd ik opgeroepen voor militaire dienst. Ik heb nog 21 maanden het vaderland moeten dienen. In dienst werd ik ook geselecteerd voor het militaire elftal, dus de conditie bleef meer dan op peil. Na mijn diensttijd voetbalde ik als semiprof. Ik had daarnaast nog een baan bij ’t Hooge Huys, een verzekeringsmaatschappij. De maatschappij heeft altijd medewerking verleend bij mijn carrière als profvoetballer. Na het voetbal ben ik er met veel plezier blijven werken tot aan mijn pensionering.

Door mijn opleiding bij het Cios en mijn ervaring in het voetbal werd ik al snel gevraagd om trainer/leider te worden. Ik ben bij verschillende clubs werkzaam geweest, natuurlijk bij Vitesse 22, maar ook onder andere bij Limmen.

In 1974 ben ik getrouwd met Astrid. We hebben twee dochters Patricia en Darja. Beide zijn altijd sportief geweest. Darja heeft geruime tijd gehandbald bij CSV op Wouterland. Een heel andere sport dan voetbal, maar ik genoot er zeker van. Het is leuk om je dochter te zien sporten. Patricia kon goed voetballen, eerst bij DVC, later bij Vitesse 22. Daar speelde zij met de jongens en kon meer dan goed meekomen. Om een lang verhaal kort te houden: daarna is zij bij WFC gaan spelen, dat toen op het hoogste niveau in Nederland speelde. Ik werd daar toen weer trainer/leider. Om gezondheidsredenen is zij helaas vroegtijdig gestopt. Nu volg ik als toeschouwer de verrichtingen van mijn kleinzoon Xavi, die in Spanje speelt. Heerlijk rustig. 

Hoe ben je met het biljartspel in aanraking gekomen?

Vrijwel gelijktijdig met mijn pensionering stopte ik ook in de voetballerij. Ik had dus plotseling veel vrije tijd en ben op zoek naar een hobby gegaan. In het verleden biljartte ik bij café Tuijn op de Heereweg en af en toe met de spelers van AZ bij een uitwedstrijd of als we gingen stappen. In de Alkmaarse Hout stond toentertijd geen biljarttafel. Ik vond het altijd wel leuk, dus heb ik het weer opgepakt en het bevalt uitstekend. 

Waarom ben je lid geworden van een vereniging en uiteindelijk onze vereniging?

Ik ben op een gegeven moment op woensdagochtend in Bakkum gaan spelen, onder de bezielende leiding van Gert Lute. Om privéredenen heb ik een tijdje niet gespeeld. Vervolgens ben ik gaan spelen bij biljartclub Limmen omdat je daar vrijwel elke middag vrij kon spelen. Toen de huidige accommodatie openging ben ik lid geworden van de BVC. Het is namelijk nog geen twee minuten lopen van mijn huis. Mooier kun je het niet hebben, toch? 

Hoe vaak in de week speel je het spelletje met de drie ballen?

Het is voor mij een hele kleine moeite om naar de biljartzaal te lopen, dus ik ben er zeer regelmatig te vinden. Meestal ben ik er op maandag, woensdag en vrijdag. Dus minimaal drie keer per week, soms wel meer. Het is toch heerlijk om te doen en je ontmoet nog mensen ook. Prima toch.

Wat was jouw beste partij ooit en wat is jouw hoogste serie?

In alle eerlijkheid, dat hou ik niet zo scherp bij. Iedere partij die ik speel, wil ik zo goed mogelijk spelen en minimaal mijn eigen moyenne halen, het liefst meer. Ik ben ondanks de leeftijd nog best fanatiek en prestatiegedreven; dat is nu eenmaal de aard van het beestje. Ik heb ooit een partij over 25 beurten gespeeld met uiteindelijk 130 caramboles. Een moyenne van 5,2. Als ik het mij goed herinner, maakte ik in die partij een serie van 34 caramboles

Hoe vind jij het gaan bij onze vereniging?

Ik kan niet anders zeggen dat ik het een plezierige vereniging vind. We mogen allemaal trots zijn op wat er nu staat. Mooie accommodatie met prima materiaal, dat ook nog eens goed wordt onderhouden. Bovendien is het een actieve vereniging waar veel wordt georganiseerd. Van bondstoernooien tot en met mijn favoriete familietoernooi. Ik weet zeker dat er maar weinig verenigingen zijn die zoveel doen voor hun leden.

Wat is het leukste of grappigste voorval dat jij bij het biljarten hebt meegemaakt?

Ik heb niet direct een heel smeuïg voorval. Het zijn vaak de goed geplaatste opmerkingen die tijdens het biljarten worden gemaakt. Daar kan ik erg van genieten. Stiekem moet ik ook altijd lachen als iemand met de rode bal gaat stoten. Dat laat ik dan ook gebeuren. Normaal wijs ik iemand er altijd op als hij met de verkeerde bal dreigt te spelen, maar rood is voor mij het stopteken.

Wat is jouw grootste ergernis bij het biljarten?

Ik ben vanuit het voetbal wel het een en ander gewend. Tegenstanders, publiek maar ook medespelers riepen van alles. Ik kan jou verzekeren dat dat niet altijd complimenten waren. Dus ik ben mentaal wel wat gewend en je brengt mij niet zo snel van mijn à propos.

In bredere zin kan ik mij soms licht storen aan het Hollandse gebruik van altijd klagen. We hebben het hartstikke goed voor elkaar. Er kan altijd iets worden verbeterd, maar klagen om het klagen helpt niet. 

Biljarten, in welke spelsoort dan ook, blijft een lastig spel. Wat zijn jouw 3 tips om beter te spelen?

In alle eerdere interviews zijn al vele bruikbare tips gegeven, van goed in de bal staan tot en met rustig spelen en dicht bij bal drie eindigen. Waar ik van overtuigd ben, is dat biljarten niet alleen een sterke mentaliteit vraagt, maar ook een goede lichamelijke gesteldheid. Het continu geconcentreerd blijven in een partij en zeker bij een lange serie vergt conditie. Bij een hoge serie staan ze zomaar een uur of meer aan tafel en bij elke stoot wordt opperste concentratie gevraagd. Mentale weerbaarheid is nodig om de teleurstelling van een simpele misser snel achter je te laten. Ik merk zelf dat ik met het vorderen van de jaren meer moeite heb om mij voortdurend te concentreren. 

Hoe krijgen we de jeugd weer aan het biljarten, en hoe houden we ze erbij?

Deze vraag komt uit de koker van de vorige kandidaat Cees Burgmeijer. Cees heeft de vraag snel gesteld, maar ik heb niet een, twee, drie een passend antwoord. Met het verdwijnen van de biljarts uit de openbare gelegenheden komt de jeugd minder met het spel in aanraking. Het is wel zo, dat zie ik onder andere bij mijn kleinzoon, dat het spel kan beklijven als ze ermee in aanraking komen. Mijn kleinzoon speelde eerst alleen maar pool, maar nu heeft het librespel toch zijn voorkeur. De grote uitdaging is: hoe brengen we de jeugd in aanraking met het biljartspel? De pooltafel kan daarbij een rol spelen, maar ik denk toch ook aan toernooien zoals het jaarlijkse familietoernooi. Vervolgens zullen we de jeugd aandacht moeten geven.

Welke vraag is er niet gesteld: en zou jij willen voorleggen aan de volgende kandidaat?

In elke sport is er wel sprake van een voorbereiding op een wedstrijd. Er wordt bijvoorbeeld wedstrijdgericht getraind, er is een wedstrijdbespreking enzovoorts. Ik ben benieuwd: hoe gaat dat eigenlijk bij biljarten?