BVC: Arena voor gewestelijke finale libre hoofdklasse.

Acht libre spelers hadden zich via voorronden en districtsfinales gekwalificeerd voor de gewestelijke finale. De laatste hindernis op de weg naar het Nationale kampioenschap. Alleen de winnaar plaatste zich hiervoor. Er stond dus veel op het spel voor de spelers in het weekend van 14 en 15 maart 2026.
De mooie accommodatie van biljartvereniging Castricum (BVC) was het strijdtoneel van deze gewestelijke veldslag. Zoals te doen gebruikelijk bij de BVC was alles weer tiptop geregeld. De ballen gepoetst, de tafels gezogen, fraai programmaboekje met inspirerende spreuken, barmedewerkers, schrijvers en natuurlijk vers gezette koffie. Niets stond een prachtig en spannend titelgevecht in de weg.
In het welkomstwoord van de penningmeester werden de spelers gefeliciteerd met het bereiken van deze eindstrijd. Voor hem zijn de libristen de vrijheidsstrijders van de biljartsport. Zij laten zich niet in kaders of vakken vangen. Ook het spelen over de band, laat staan over drie of meer banden is voor hen te beperkend. Volledige vrijheid is hun motto. Hij wenste de spelers veel succes en plezier.
Zaterdag: Titelgevecht blijft open strijd
Op zaterdag speelden alle deelnemers vier wedstrijden op één dag, dat is geen sinecure. Iedere partij duurt ongeveer 1 ½ uur. Zes uur met opperste concentratie biljarten vreet energie. Het hebben van een lange adem en een fit lijf zijn vereisten. Het geeft aan dat ook biljarten (top)sport is.
In de openingsronde van het toernooi toonden drie spelers direct hun titelaspiraties. Wil Kuin, De Rode Leeuw Venhuizen, opende de jacht in zijn match tegen Mathieu Robert, ’t Moddermannetje Grootebroek, met een prachtige serie van 74 caramboles. Wil pakte op overtuigende wijze de overwinning. Mathieu Vlam, lid van biljartvereniging D.O.E.T. uit Hauwert, won met verve in slechts 10 beurten van Raymond Wezenbeek, spelend bij B.C. Schagen.
Wilco Weij, Hollands Noorderkwartier Schagen, drukte zijn neus het meest nadrukkelijk aan het venster. Frank Dekker, Door Vrienden Opgericht Heerhugowaard, spartelde zeer verdienstelijk tegen maar Wilco liet er geen gras overgroeien. In vijf beurten en met een serie van 87 werd Frank door Wilco aan de zegekar gebonden. Na afloop zei Wilco heel nuchter: “Ik zat er echt lekker in”. De laatste pot in deze ronde ging tussen Rob Korff, B.C. Schagen, en Ronald Kok, De Wurf Lutjebroek. Na een lang gevecht was de victorie voor Ronald.
In de tweede ronde was het wapengekletter van een heel andere orde. In drie van de vier partijen kwamen de caramboles maar moeizaam op de groene tafels. Winst was ervoor Mathieu Robert, Frank Dekker en Raymond Wezenbeek. Wilco Weij bleek er wederom lekker in te zitten. Hij versloeg gedecideerd in tien beurten, met onder meer een serie van 76, Rob Korff.
In ronde drie leek het wel of de lunch en de bijbehorende pauze voor nieuwe energie had gezorgd. Er waren weer mooie staaltjes libre te zien. De beste match in deze ronde was die tussen Mathieu Vlam en Wilco Kuin. Beide spelers produceerden mooie series en tot en met het einde bleef het spannend. In beurt acht finishte Mathieu maar de twee wedstrijdpunten waren allerminst zeker. In de nabeurt probeerde Wilco remise te maken. Het bleef helaas voor hem bij een dappere poging. Wilco Weij gaf ook Ronald Kok geen kans. Hij triomfeerde na dertien beurten. Raymond Wezenbeek won van Mathieu Robert, die zijn draai in de finale nog niet echt had gevonden. Frank Dekker won van Rob Korff.
Na drie ronden stond Wilco Weij met zes wedstrijdpunten en het hoogste moyenne fier bovenaan. Hij werd op de voet gevolgd door Mathieu Vlam, Raymond Wezenbeek en Frank Dekker met vier punten.
De vierde en laatste ronde op zaterdag kende een verrassend verloop. Mathieu Robert tapte plots uit een heel ander vaatje en wist koploper Wilco Weij op de knieën te krijgen. Het verschil was slechts zes caramboles maar Wilco bleef qua wedstrijdpunten met lege handen staan. Deze overwinning zorgde ervoor dat de strijd om de titel weer volledig open was. Mathieu Vlam zorgde ervoor dat Rob Korff tegen zijn vierde nederlaag van de dag aanliep. Op deze zege viel niets af te dingen want het verschil in score was aanzienlijk. Ronald Kok wees Raymond Wezenbeek met solide spel terug. Wil Kuin won gedecideerd van Frank Dekker, die niet echt weerstand kon bieden.
In het klassement leidde nog steeds Wilco Weij met zes wedstrijdpunten. Zijn moyenne was beduidend hoger dan dat van Mathieu Vlam, die evenveel punten had. De beide heren werden op de voet gevolgd door maar liefst vijf spelers met vier punten. Kortom zeven spelers maakten nog aanspraak op de titel. Voor zondag was de spanning gegarandeerd.
Op zaterdag diende nog één mysterie te worden opgelost. Waar staat de afkorting D.O.E.T. voor? Navraag bij Mathieu Vlam leerde dat het staat voor Drie Op Een Tafel. De vereniging is opgericht in 1946. De keuze voor de naam D.O.E.T. getuigt niet van veel fantasie. De eventuele alternatieve namen, die toentertijd op tafel zijn gekomen, waren blijkbaar nog minder creatief.
Zondag: Titel is prooi voor?
Alle spelers waren ruim op tijd binnen en stonden te poppelen om de finale voort te zetten. Het pleit was nog lang niet beslecht en de spanning was voel- en hoorbaar in de zaal. De ene speler dronk rustig zijn kopje koffie. De andere speler was druk in woord en gebaar of bracht op het allerlaatste moment nog een bezoekje aan het toilet. In de komende drie ronden zou het eremetaal worden verdeeld.
In ronde vijf wist Rob Korff eindelijk de altijd irritante nul wedstrijdpunten weg te spelen. Hij hengelde nipt, zijn eerste overwinning binnen tegen Wil Kuin. Mathieu Robert was op deze zondag blijkbaar met het verkeerde been uit bed gestapt. Hij kon tegen Ronald Kok de ballen niet onder controle krijgen, laat staan zijn wil opleggen. De overwinning van Ronald kwam nooit in gevaar. De partijen tussen Wilco Weij en Raymond Wezenbeek en tussen Mathieu Vlam en Frank Dekker waren van hoog niveau. Wilco zette zijn triomftocht voort door Raymond in tien beurten te verslaan. Mathieu gaf in zeven beurten Frank het nakijken.
De voorlaatste ronde bracht zoals onze oosterburen het zo mooi zeggen de Vorentscheidung. Mathieu Vlam liet tegen Ronald Kok echt vuurwerk zien. In de eerste vijf beurten warmde hij zich op om in beurt zes vlammend los te gaan. In een mum van tijd maakte hij de ontbrekende 109 caramboles. Een klaterend applaus van concurrenten en publiek was zijn zeer verdiende beloning. Mathieu bekende eerlijk: “Dit is prachtig hier doe je het voor. Hoe dichter ik bij de 100 kwam hoe sneller ik ging spelen. Op zich is dat niet slim maar het ging gelukkig goed”.
Wilco Weij speelde tegen Wil Kuin wederom ijzersterk. Wil wilde wel tegenstribbelen maar Wilco gaf hem geen schijn van kans. Na zeven beurten was ook Wil slachtoffer van de dadendrang van Wilco. In de strijd tussen de clubgenoten Rob Korff en Raymond Wezenbeek trok laatstgenoemde aan het langste eind. Mathieu Robert won na een lange veldslag van Frank Dekker.
Wilco en Mathieu Vlam stonden beiden bovenaan in het klassement met tien wedstrijdpunten. De verdeling van het goud en zilver zouden zij in de laatste ronde uitmaken, in een onderling duel. De strijd om het brons was ook nog niet beslist. Drie spelers hadden zes wedstrijdpunten en twee spelers stonden op vier.
Voor de laatste ronde van de gewestelijke finale ging het publiek nog eens goed zitten. Voor de spelers gold dat de laatste loodjes het zwaarst wegen. Het was voor hen een intensief weekend geweest maar het pleit was nog niet beslecht. Ze moesten allemaal nog één keer aan de bak om het eremetaal te verdelen.
Mathieu Robert startte tegen Rob Korff overweldigend met een serie van 62. Het had er alle schijn van dat Mathieu de tweekamp snel zou beëindigen. Om onverklaarbare redenen stokte zijn spel, en kwamen de caramboles mondjesmaat. Zijn ergernis was duidelijk waarneembaar. Handen richting hemel of juist hoofdschuddend staren naar de grond. Ook Rob wist niet echt te caramboleren op het groene laken. Het was uiteindelijk Mathieu die zegevierde. Hij bleef daarmee in de race om het brons.
Frank Dekker gaf Raymond Wezenbeek geen enkele kans. Met degelijk spel maakte hij de wedstrijd uit in negen beurten. Door dit resultaat verspeelde Raymond zijn kans op een eventuele derde plaats.
Hetzelfde overkwam Ronald Kok in zijn ontmoeting tegen Wil Kuin. Het was een uitputtingsslag. Wil Kuin bleek over de betere dieselmotor te beschikken. Na 22 beurten kon hij twee wedstrijdpunten bijschrijven. Het vrolijke humeur van Ronald leed niet onder deze nederlaag. De nuchtere Noord-Hollander had na afloop de volgende waarheid als een koe: “Je kan winnen of verliezen. Helaas kan er maar één de winnaar zijn”.
De grande finale tussen Mathieu Vlam en Wilco Weij was een prachtig einde van een perfect verlopen toernooi. Mathieu Vlam had, met een serie van 109 caramboles, laten zien dat hij tot veel in staat is. Mathieu keek dan ook reikhalzend uit naar deze ontmoeting: “In een echte finale heb je altijd kans. Natuurlijk Wilco speelt een ijzersterk toernooi maar het blijft libre”.
Het publiek genoot zichtbaar en hoorbaar van deze finale tussen de twee matadors. Geroffel op tafel bij een mooie carambole, verbijsterde blikken bij onverwachte missers en soms diepe zuchten van opluchting als een moeilijk stootbeeld werd gemaakt.
De grande finale was voor de echte liefhebbers van het libre-spel smullen in het kwadraat. Deze eindstrijd was de bekende kers op de al smakelijke taart. Fraaie series, technisch goed spel en onverklaarbare missers door spanning. In slechts zeven beurten trok Wilco de titel naar zich toe. Bij de laatste carambole sloeg hij een zucht van verlichting. De buit was binnen en hij kon terugkijken op een uitstekende gespeelde eindstrijd. Zijn algemeen moyenne van 17,68 was daar het bewijs van. De nederlaag van Mathieu Vlam betekende zilver. Hij had geen goud verloren maar zilver gewonnen.
Mathieu Vlam feliciteerde Wilco sportief met het behalen van de dik verdiende titel. Mathieu verdient qua sportiviteit een groot compliment. Gedurende het toernooi ging hij meerdere keren zitten als hij een fout maakte. Deze omissies (touché, net niet raak, biljarderen) werden niet geconstateerd door de arbiters. Zijn gedrag verdient niet alleen een pluim maar zeker ook navolging.
Het slotakkoord
Rolf Greshof, voorzitter van de BVC, complimenteerde in zijn slotwoord de spelers voor een spannend en gezellig toernooi. Hij had het hele weekend genoten van het spel en de prettige sfeer. Natuurlijk bedankte hij ook de arbiters, de wedstrijdleiders, de schrijvers en de mensen achter de bar. Het zijn deze vrijwilligers die het mogelijk maken dat een gewestelijk kampioenschap kan worden georganiseerd en prima verloopt.
Bij de prijsuitreiking memoreerde de penningmeester van de BVC dat een finale hem altijd doet denken aan het Colosseum in Rome. In deze arena vochten de beste gladiatoren ook om een titel. De strijd aldaar was vooral fysiek en bloeddorstig. Ook daar ging maar één gladiator met de triomf naar huis.
In de Castricumse arena hadden acht gladiatoren om de titel gestreden. De strijd was minder fysiek en ging zeker niet met bloed gepaard. Het vraagt wel om mentale weerbaarheid, uiterste concentratie en uithoudingsvermogen. Iedereen was het over één ding eens: Wilco Weij was de verdiende winnaar. Hij zal het gewest vertegenwoordigen in de Nationale titelstrijd in het Friese Gorredijk. Hopelijk is hij daar net zo succesvol.
Namens de spelers bedankte Mathieu Vlam op passende wijze de arbiters, de wedstrijdleiding, de barmedewerkers en de BVC. Een prachtige afsluiting van een titelstrijd, die met hoofdletters in de analen van de BVC zal worden bijgeschreven. Na afloop aan de bar genoten de deelnemers en de organisatoren nog ruimschoots na.
































