De vereniging is van ons allemaal

De laatste tijd valt me iets op, ook binnen onze eigen biljartvereniging. De onderlinge tolerantie lijkt aan slijtage onderhevig. De menselijke lontjes zijn korter en vatten eerder vlam. Ze zijn soms korter dan de afstand tussen de twee biljartballen bij de serie américain. Waar vroeger het schouderophalen volstond, zie ik nu vaker publieke botsingen. Kleine schuurplekjes worden krassen, krassen worden gaten. En soms eindigt het zelfs met het vertrek van een lid. Dat is zonde. Want zo’n vereniging willen we mijns inziens niet zijn. Volgens mij willen we ons juist onderscheiden door sfeer, betrokkenheid en respect. Precies daarom is het goed om daar eens bij stil te staan.
Een vereniging is een bijzonder fenomeen. Het is een beetje zoals in de wereld van onze gevederde vrienden: vogels van diverse pluimage, ieder met zijn eigen lied. De één fluit, de ander krast, en er zit altijd wel een exemplaar tussen die denkt dat hij een nachtegaal is, terwijl het meer richting kauw gaat. Toch vormt het samen een geheel. Ook een krijsende kraai heeft recht op applaus. En eerlijk is eerlijk: als alle vogels hetzelfde zouden zingen, werd het een saaie boel. Als alle mensen hetzelfde zouden zijn, dan vielen we ook allemaal voor dezelfde man of vrouw. Geen verschil in uiterlijk en karakter. Dat zou pas gedoe geven.
Bij onze biljartvereniging is dat niet anders. De club is niet van het bestuur. Het bestuur is geen eigenaar, hooguit de terreinbeheerder die de lijnen uitzet en het gras maait. De vereniging is van de leden. Die hebben het bestuur aangesteld met één duidelijke opdracht: stuur de boel zo goed mogelijk. Maar wie denkt dat daarmee de verantwoordelijkheid voor de leden ophoudt, heeft een verkeerde keu in handen.
Een vereniging run je samen. Mopperen op elkaar of op het bestuur in het openbaar is ongeveer net zo effectief als spelen met een keu zonder pomerans. Natuurlijk zijn er soms strubbelingen. Waar mensen samenkomen, schuurt het. Oneffenheden worden zelden gladgestreken in het openbaar. Niemand meldt zich vrijwillig aan voor een rondje publiekelijk schrobben. De openbare schandpaal laat iedereen graag aan zich voorbijgaan. Worden we en plein public veroordeeld, dan slaan we veelal de klauwen uit om ons te verdedigen. Menselijk, maar zelden productief.
Veel slimmer is het om elkaar even apart te nemen. Onder vier ogen, of nog beter: even naar buiten. Frisse lucht doet wonderen. De Fransen zeggen niet voor niets: "c’est le ton qui fait la musique." De toon maakt de muziek. Begin met een vraag in plaats van een oordeel. Dat scheelt vaak een botsing. Anders gezegd: wie kaatst kan de bal verwachten. Kaats je hard, dan komt hij hard terug. Speel je met gevoel, dan krijg je dat ook. De oudste sportklassieker in ons land wordt al sinds 1854 in Franeker gespeeld. De inwoners van deze stad weten alles over kaatsen. Zelfs in die stad schuurt het nog weleens.
Een andere optie is om het bestuur bij het gladstrijken van plooien of irritaties een rol te geven. Zo kan het bij irritaties een luisterend oor bieden. Soms is dat al genoeg en zorgt het in ieder geval voor opluchting. Na de uiting van de emoties kan er ineens weer gewoon worden gepraat. Het bestuur kan adviseren hoe een en ander aan te pakken of bemiddelen. In een volwassen omgeving is af en toe sprake van jeugdige overmoed, en ouderlijke bijsturing kan dan nodig zijn. Altijd beter dan in de gevulde biljartzaal te botsen.
Leven en laten leven is eigenlijk het stille reglement van een vereniging. Iedereen heeft zijn eigen gebreken. Een mens zonder tekortkomingen moet nog geboren worden. Het zijn juist de oneffenheden die het leven reliëf geven. Glad en vlak moet een biljarttafel zijn, niet een mens van vlees en bloed.
Als ik zelf op al mijn gebreken werd aangesproken, had ik geen leven meer. Ik ben bijvoorbeeld een spraakwaterval. Ik heb mijn stortvloed aan woorden vaak zelf niet meteen door. Mijn toehoorder bestelt al zijn tweede kop koffie zonder iets te zeggen, en dan realiseer ik mij pas dat het een klontje minder kan zijn. Ik houd van mensen, van gezelligheid en van een grap. Voor mij is dat alles net zo essentieel als een goed kloppend hart. Soms krijg ik te horen: “nu even niet”. Dan probeer ik mij aan te passen. Meestal. Soms heb ik zelfs een tweede waarschuwing nodig. Die aanvaard ik en ik glimlach om mezelf, omdat ik mij realiseer dat verandering van gedrag lastig is. Dus ik ben hardleers, maar welwillend.
Zo kijk ik ook naar anderen. Wat eerst irritant lijkt, wordt dan vaak vermakelijk. Want uiteindelijk wil iedereen hetzelfde: een fijne club, een potje biljarten, een praatje en erbij horen. Niemand komt om de sfeer te verpesten. De intentie is vrijwel altijd goed. Elkaar aanspreken lijkt soms meer op het aanspelen van een bal met het verkeerde effect. De ballen raken elkaar, maar er is zeker geen sprake van een mooie carambole.
Respect speelt daarin de hoofdrol. Respect kun je niet afdwingen. Je kunt het alleen verdienen. Geef je het, dan caramboleert het meestal vanzelf terug. Respecteer je medeleden, de arbiters en de spelers, dan is de kans groot dat het respect via de banden ook bij jou uitkomt.
De vereniging is van ons allemaal. Niet van het bestuur, niet van een paar kartrekkers, maar van iedereen die binnenstapt. En zoals bij biljarten geldt: je kunt wel naar de opponent wijzen, maar je moet toch echt zelf de caramboles maken.








