Verdienen de groene tradities niet meer beweging?

In de biljartsport is het woord VERANDERING niet met hoofdletters geschreven. Tradities worden gekoesterd. Spelregels worden niet of nauwelijks gewijzigd. Niet bewegen betekent stilstand. En stilstand is achteruitgang.
Opvallend is dat wel de gebruikte materialen zijn veranderd: van ballen en lakens tot keu, pomerans en krijt. De individuele biljarter of vereniging kiest dus toch voor vooruitgang. Op georganiseerd niveau staat de veranderingsgezindheid binnen de biljartsport op een heel laag pitje. Jammer, want de sport kan zeker nieuwe impulsen gebruiken.
Parijs-Roubaix, De Ronde van Vlaanderen, Luik-Bastenaken-Luik en Milaan-San Remo zijn monumenten in de wielersport. Deze klassiekers staan al sinds jaar en dag in enorme belangstelling en worden in vele landen live op tv uitgezonden. De belangstelling voor het kader en het bandstoten, klassieke spelsoorten in het biljarten, daarentegen staat onder druk en neemt af.
Deze klassieke spelsoorten en hun stille kameraad libre zijn een beetje de vinylplaten van het biljarten. Warm van klank, vol karakter, maar voor de gemiddelde bezoeker saai en lastig om te volgen. “Waarom speelt hij de ballen steeds uit het vak?” vraagt een toeschouwer. Goede vraag.
We hebben er iets wonderlijks van gemaakt. Spelsoorten die zo verfijnd en tot in de perfectie worden gespeeld dat de benodigde kwaliteiten niet meer worden gezien en daarmee worden gewaardeerd. Bij het libre gebeurt het echte werk op fluistertoon. Het is schaken in slow motion, yoga met ballen, een haiku in beweging. Prachtig, mits je weet waar je naar kijkt. En daar wringt de pomerans. Driebanden knalt, spat en vliegt, spektakel gegarandeerd.
Als bijvoorbeeld de serie americain snel en goed wordt gespeeld, lijkt het niet meer dan een trucje van een geoefende goochelaar. De verfijnde afstoot, het inzicht, de vereiste techniek, het ultieme balgevoel en de urenlange training zijn voor niet geoefende ogen niet meer zichtbaar.
Traditie is een woord dat hoog in het biljartvaandel staat. Het ruikt naar boenwas en koffie in boerenbonten kopjes. Maar traditie zonder publiek of aanwas is gewoon een hobby met toeschouwers uit het verleden. Als we willen dat kader, libre en bandstoten blijven bestaan, moeten we eerlijk zijn. Voor een buitenstaander is het bekijken ervan nu net zo spannend als verf zien drogen, en verf droogt tegenwoordig best snel.
Begrijp me goed: het probleem is niet dat de jeugd geen geduld meer heeft. Het probleem is dat wij verwachten dat ze verliefd worden op iets dat we niet eens proberen uit te leggen. We zetten ze voor een tafel, mompelen iets over kaders en gemiddelden, en kijken vervolgens teleurgesteld als ze hun telefoon pakken. Dat is geen desinteresse; dat is zelfbescherming.
Misschien is het tijd voor een kleine revolutie op het groene laken. Geen heiligschennis, geen sloopkogel door de traditie, maar een frisse lik verf. Kortere partijen. Uitleg op een scherm. Tijdens partijen iemand hardop laten zeggen wat er op de groene tafel gebeurt. Tijdslimiet per beurt. Bonuspunten voor series van bijvoorbeeld tien caramboles voor velen haalbaar.
Partijen die bestaan uit meerdere kortere sets, zoals bij het tennis de best of drie of vijf. In het driebanden wordt het principe van sets al zo nu en dan toegepast. Het laat spannende partijen met verrassende uitslagen zien. De uitkomst is minder voorspelbaar, want iedereen kan van iedereen winnen. De tijdslimiet per beurt verkort de doorlooptijd van de partij. Ook de muziek op de achtergrond draagt bij aan een prettige modernisering.
Geen revolutionaire ideeën toch? Laat mensen zien dat bandstoten geen straf is, maar een kunstvorm. Dat kader geen puzzel is, maar een strategie. Dat libre geen museumstuk is, maar een sonate die nog steeds gespeeld kan worden.
Biljarten zonder klassieke spelsoorten is als een café zonder stamtafel. Je kunt er prima zitten, maar de ziel is ergens onderweg blijven hangen. En het zou toch zonde zijn als de toekomst van het biljarten bestaat uit spectaculaire stoten zonder geheugen. Een sport zonder verleden is als een keu zonder pomerans: hij ziet er compleet uit, maar het echte werk blijft uit.







