BVC-5: Wint maar zegeviert niet

In het weekend van 30 en 31 mei 2026 werd de gewestelijke halve finale en finale voor libre teams uitkomend in de C1 klasse gespeeld. De eindstrijd vond plaats bij de biljartacademie in Oegstgeest. Het dorp in Zuid-Holland is bekend als het schrijversdorp. Het is de woon- en werkplaats geweest van vele bekende Nederlandse auteurs. Jan Wolkers is misschien wel de bekendste schrijver uit het dorp en werd onder meer bekend door zijn boek “Terug naar Oegstgeest”. 

Schrijven en biljarten hebben veel gemeen. Een schrijver denkt na over de opbouw van het boek. Letters worden woorden, woorden worden zinnen en zinnen worden hoofdstukken, die het uiteindelijke boek vormen. Bij biljarten vormen ballen stootbeelden, stootbeelden worden caramboles en caramboles worden series, die de partij compleet maken. Schrijven en biljarten vragen om opperste concentratie, een creatieve geest en het maken van keuzes. Bovendien staat zowel een schrijver als de biljarter er alleen voor. Beiden voeren vooral een gevecht met zichzelf.

Op zaterdag reisde het BVC-5, bestaande uit Robert Tump, Frank Bregman en Arthur Hofkamp, af richting Oegstgeest. Ruud Mooij had zich opgeworpen als schrijver bij de wedstrijden en voegde zich lachend bij het spelersgezelschap. In Oegstgeest werd het team gecompleteerd met Martin de Gier, die bij de wedstrijden zou arbitreren.

Het vijftal sprak onder het genot van de koffie en thee de te volgen tactiek door voor de eerste dag. Op deze dag werden de halve finales gespeeld in twee poules van vier teams. De nummers 1 en 2 kwalificeerden zich voor de finale op zondag. Als titelhouder wilde het team absoluut de finalepoule halen.

Zaterdag: Hard werken loont

In de halve finale speelde BVC-5 tegen Velsen 1, D.O.E.T. 1 en Turnlust 1. Het team van Velsen was bekend omdat het in dezelfde competitie speelt als BVC-5. De andere twee teams waren de grote onbekenden.

Het werd voor de spelers van BVC-5 een lange en vermoeiende dag. Normaal kunnen Frank Bregman, Robert Tump en Arthur Hofkamp matches beëindigen binnen de tien beurten. Op zaterdag was de hoogste serie van het team 61 caramboles gemaakt door Robert. De kortste partij werd gespeeld door Arthur en die duurde 12 beurten. Deze cijfers laten zien dat er vooral noeste arbeid moest worden geleverd om de caramboles te maken. Dat het team toch alle poulewedstrijden won is een prestatie van formaat. De spelers lieten zich niet uit het lood slaan door het feit dat het spel moeizaam verliep. Zij lieten een ijzersterke wedstrijdmentaliteit zien, die uiteindelijk lonend was.

Velsen 1 werd met 5-2 verslagen, D.O.E.T. 1 kreeg met dezelfde cijfers klop en Turnlust 1 werd met 4-3 aan de zegekar gebonden. Door deze resultaten kwalificeerde BVC-5 zich als winnaar van de poule voor de finale op zondag. Ook D.O.E.T. 1 plaatste zich voor de slotdag als nummer 2 van de poule.   

Het bereiken van de finalepoule was de belangrijkste doelstelling voor de zaterdag en die missie was geslaagd. Het team BVC-5 kon de titel nog steeds prolongeren. 

Zondag: Dag des oordeels

In de finalepoule speelden vier teams: BVC-5, D.O.E.T. 1, Velsen 2 en D.O.E.T. 2. Alle teams speelden drie partijen tegen elkaar. Op basis van alle uitslagen van de in totaal negen wedstrijden werd de eindstand bepaald. Robert Tump, Frank Bregman en Arthur Hofkamp hadden een uitdagende zondag voor de boeg. Drie duels op één dag vragen om focus, uithoudingsvermogen en mentale weerbaarheid.

Het publiek keek verwachtingsvol uit naar de beslissende rondes. In de biljartzaal was het een drukte van belang, en het geroezemoes als uiting van spanning zwol aan naarmate de zondag vorderde. De spelers van BVC-5 hadden evenals zaterdag moeite om de caramboles soepel te maken. Weer was het vooral een kwestie van heel hard werken en niet willen opgeven. Arthur, Robert en Frank bleven in elke krachtmeting strijden tot de laatste carambole gemaakt was. Zij gingen de strijd aan met de gedachte:  “als het niet linksom kan, dan moet het maar rechtsom”. Winnen is in een titelgevecht het enige dat echt telt. Mooi spel is meegenomen. 

Zo rolden de ballen

Frank Bregman won zijn duel tegen Dick Schaaf, Velsen 2, in vijftien beurten met een hoogste serie van 57 caramboles en een moyenne van 14,66. In zijn match tegen de uiterst gevaarlijke Matthieu Vlam, D.O.E.T. 1, maakte Frank een beslissende serie van 91. Met een moyenne van 12,22 trok hij de winst naar zich toe. Tegen Pieter de Haan, D.O.E.T. 2, leek Frank in de 18e beurt de partij naar zich toe te trekken. Hij had zijn 220 caramboles gemaakt, maar Pieter dwong in de nabeurt een remise af door zijn 90ste carambole te maken. Al met al kon Frank terugkijken op een geslaagde zondag, want hij verdiende maar liefst vijf wedstrijdpunten voor het team.

Robert Tump liet Stanley Smit van D.O.E.T. 1 volstrekt kansloos in hun onderlinge ontmoeting. Stanley kon in deze krachtmeting geen antwoord vinden op het gedegen spel van Robert, die na 16 beurten finishte. Ook in zijn ontmoeting tegen Rob Overdijk, Velsen 2, werd de vasthoudendheid van Robert beloond met de winst. De partij had weliswaar 20 beurten geduurd, maar de twee wedstrijdpunten waren binnen. Robert moest in zijn confrontatie met Erwin Dijkstra, D.O.E.T. 2 ruim het dubbele aantal caramboles maken als zijn opponent (170 versus 80). Lange tijd leek het erop dat Robert ook deze partij zou winnen. Erwin gooide roet in het eten door met een serie van 22 het duel alsnog naar zich toe te trekken. Robert kwam slechts 26 caramboles tekort. Met twee zeges en een kleine nederlaag kon ook Robert tevreden zijn.

Arthur Hofkamp had zich uitstekend voorbereid. In de trainingen liep het als een trein: korte potjes en zeer fraaie series. Er leek geen vuiltje aan de lucht. Op zondag bleek maar weer eens dat biljarten om een titel duidelijk iets anders is dan een training. De spanning, de druk en het meelevende publiek maken van een titelstrijd ook een mentale strijd.

Bovendien is biljarten bij uitstek de sport waarvoor geldt: “resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.” Arthur heeft dit op de dag des oordeels pijnlijk ervaren. Met twee nederlagen en een zeer nipte overwinning keerde hij een ervaring rijker en een illusie armer huiswaarts. 

Het verdict van Oegstgeest

BVC-5 won met 5-2 van D.O.E.T. 1. Velsen 2 en D.O.E.T. 2 werden 4-3 verslagen. Het team was dus na zaterdag ook zondag ongeslagen. Een uitstekende prestatie. De zeer ruime overwinning van D.O.E.T. 2 op Velsen 2 (7-0) deed BVC-5 uiteindelijk de das om. De eindstand was:

  1. D.O.E.T. 2  met 14 wedstrijdpunten
  2. BVC-5       met 13 wedstrijdpunten
  3. D.O.E.T. 1  met 9 wedstrijdpunten
  4. Velsen 2   met 6 wedstrijdpunten

D.O.E.T. 2 nam de titel over van ons eigen BVC-5 team dat genoegen moest nemen met een dik verdiende tweede plaats. Het verdict voelt onrechtvaardig: een heel weekend zonder verlies maar ook zonder kampioenschap.

De Duitse schrijver Bertolt Brecht schreef ooit: “Wie vecht kan verliezen. Wie niet vecht, is al verloren.” Robert, Frank en Arthur hebben in het weekend gevochten als leeuwen en hun huid zo duur mogelijk verkocht. Zij kunnen met trots terugkijken op een mooie titelstrijd.