Robert Tump knap tweede in gewestelijke finale libre 1e klasse.
In het maritieme Hoorn was het mistig. Het gaf de stad en vooral het IJsselmeer iets mystieks. Iedere finale heeft op voorhand iets mysterieus en de uitkomst is veelal onvoorspelbaar. Een verrassing doomt zomaar op.
De gewestelijke finale libre 1e klasse werd in het weekend van 7 en 8 maart 2026 gespeeld bij biljartvereniging Horna te Hoorn. Robert Tump, BVC, had zich via voorwedstrijden en het districtskampioenschap voor deze finale gekwalificeerd. Gelijktijdig vond de districtsfinale bandstoten 2e klasse plaats in Purmerend waar Wil Snel, BVC, acte de préséance gaf. Een biljartweekend met meerdere kansen op succes komt niet zo vaak voor.
Robert Tump was één van de favorieten voor de titel. In de voorronde was hij al gepromoveerd naar de hoofdklasse. Hij had zich ook als beste geplaatst voor deze finale. Een andere kanshebber was Mark Schouten, DVO. Mark en Robert speelden ook in de districtsfinale om de titel waarbij Robert aan het langste eind trok. Nu was het: nieuwe ronde, nieuwe kansen.
Vanuit de districten hadden zich in totaal acht spelers geplaatst voor deze finale. Zij stonden op zaterdag om 10.00 uur te poppelen om te beginnen.
Favorieten maken rol waar.
Op zaterdag speelden alle libristen vier wedstrijden. Vier partijen op één dag is een zware beproeving, het vergt veel energie en uiterste concentratie. De focus dient continu bij het hier en nu te zijn. De vorige wedstrijd telt niet meer en de komende wedstrijd is toekomstmuziek. Ogenschijnlijk een makkelijke opdracht maar de harde realiteit laat vaak zien dat het lastig is.
Robert gaf in zijn eerste partij direct zijn visitekaartje af. Hij won overtuigend van Rob Harthoorn, ’T KAB, met een prachtige serie van 77 caramboles. De eerste klap is ook in de biljartsport een daalder waard. Je kunt die twee punten maar binnen hebben. Hij had de toon direct gezet.
In de tweede ronde was John Berkhout, BCS, de opponent van Robert. In deze partij werd door beide kemphanen heel sterk gespeeld. Het was technisch gezien goed en beide spelers lieten mooie series zien. In de 9e beurt pakte Robert zijn tweede winst in deze eindstrijd met een moyenne van 13,88.
Frank Kok, De Wurf, had tot hij aantrad tegen Robert nog geen partij gewonnen. Om mee te blijven doen om eremetaal was winst in de derde ronde voor hem bittere noodzaak. Frank was dus min of meer de bekende kat in het nauw, die rare sprongen kan maken. Zijn sprongen leidden ertoe dat Robert in deze partij met lege handen kwam te staan. In slechts negen beurten pakte Frank de zege. Het blijft tenslotte libre, een grillig spel waarbij de kansen snel kunnen keren.
In de vierde en laatste ronde van de zaterdag stond Robert tegenover Sjaak Steltenpool, De Carambole. In deze partij leek het erop alsof Robert had beloofd om op tijd thuis te zijn. In slechts zes beurten met een moyenne van 20,83 gaf hij Sjaak geen schijn van kans. Het opbergen van zijn keu deed Sjaak hoofdschuddend. Hij had het gevoel dat er een wervelwind over hem heen was gekomen. Het was voorbij voor hij het wist.
Na vier ronden op zaterdag stond Robert Tump eerste in het klassement. Mark Schouten had evenveel wedstrijdpunten maar een beduidend lager moyenne. Robert reisde tevreden naar huis. Hij had de leiding. De concurrentie moest op zondag achtervolgen om de achterstand goed te maken.
Robert schiet in eigen voet.
Zondagochtend vroeg, zeker in de mist, geeft een stad een macabere aanblik. Winkels gesloten, geen kip op straat en een onheilspellende stilte. In de biljartzaal is de sfeer totaal anders. De libristen zijn gespannen en kakkelen er lustig op los onder het genot van een heerlijke warme bak Hollandse koffie. Iedereen wist: het is vandaag erop of eronder. De zondag was geen rustdag.
In de vijfde ronde van de titelstrijd stond Robert Tump tegenover Peter de Ruijter, BCS. Peter speelde tegen Robert zijn beste wedstrijd van het toernooi. In amper negen beurten pakte hij de winst.
Ook Mark Schouten kon in deze ronde de zege niet naar zich toe trekken. Maar liefst vijf spelers stonden in de tussenstand op gelijke hoogte. Robert leidde nog steeds op basis van moyenne. Hij voelde de hete adem van vier concurrenten in zijn nek hijgen. Het was alsof de finale opnieuw begon.
In de zesde ronde was op alle tafels de spanning om te snijden. Robert nam het op tegen John van het Hoff, T3B. Hij werd inmiddels gesteund door vrouw, dochter, familie en de trouwe vaste Castricumse supportersschare. Winst in deze partij was het enige wat telde, het maakte niet uit hoe. Robert wist met een sterk gespeelde serie van 50 caramboles een groot gat te slaan. Daarna stokte de productie enigszins maar het was toch voldoende voor de broodnodige zege in deze partij. Hierdoor bleef Robert aan de leiding. Op de voet gevolgd door Mark Schouten en Peter de Ruijter.
De slotronde van de gewestelijke finale was er één om niet snel te vergeten. Peter de Ruijter vond zijn Waterloo in de match tegen Sjaak Steltenpool. Of het nu de wedstrijdspanning was of vermoeidheid, er lukte weinig bij Peter. Sjaak pakte dankbaar de twee matchpunten, waardoor hij derde werd in de finale.
In de partij tussen Mark Schouten en Robert viel de beslissing om de titel. Vanaf de eerste ronde van het toernooi was Robert de leider in het algemeen klassement. Zijn supporters hadden volop vertrouwen in een goede afloop. Zeker omdat Robert onlangs nog van Mark had gewonnen in de districtsfinale. Ook in de biljartsport geldt dat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst. Het moest nu opnieuw gebeuren.
Robert begon de partij en had de ballen snel bij elkaar. Hij leek een mooie serie te gaan maken maar een ongelukkige touché zorgde voor een abrupt einde. Mark maakte hier dankbaar gebruik van en pakte een voorsprong. Robert wist het tij nog te keren. Twee voor hem ongebruikelijke missers (trekstootje en doorschieter) werden door Mark genadeloos afgestraft. Kleine haperingen met beslissende gevolgen.
Mark werd de terechte gewestelijke kampioen en kwalificeerde zich voor de nationale titelstrijd. Robert restte niet anders dan de tweede plaats. Hij was een ervaring rijker en een illusie armer. Na afloop zei hij: “Dit is een zure nederlaag. Dit is niet zilver gewonnen maar goud verloren.”
Het BVC-publiek was minder hard in haar oordeel. Het was een mooi toernooi waarbij Robert meestreed tot en met de laatste ronde. Met de hoogste serie en het beste moyenne kon hij terugkijken op een prima eindstrijd.
Met zijn aanvallende spel heeft hij de BVC op een meer dan waardige manier vertegenwoordigd. Zijn dochter assisteerde op voorbeeldige wijze bij de prijsuitreiking. Door haar rol werd het slot van het toernooi net iets luchtiger.











