Open kampioenschap libre 2026: een zeer verrassende winnaar.
Het open kampioenschap libre van Castricum is inmiddels uitgegroeid tot een ware traditie. Voor de editie van 2026 hadden zich maar liefst 55 libristen ingeschreven. De deelnemers kwamen niet alleen uit Castricum maar ook vanuit omliggende dorpen en steden. Het toernooi krijgt hierdoor een meer regionaal karakter waardoor de uitstraling van het kampioenschap groter wordt.
De voorrondes werden gespeeld op twee woensdagen en twee vrijdagen. In totaal waren er 11 poules met vijf deelnemers. Iedereen speelde in deze fase van het toernooi dus vier partijen. De winnaars van de poules plus de vijf beste nummers twee kwalificeerden zich voor de finale op zondag 7 juni 2026. De hamvraag was: wie wordt de opvolger van Gerrit Tuijn, de winnaar van de vorige editie? Voordat het antwoord op deze prangende vraag kon worden gegeven, moest er nog heel wat water door de Rijn stromen.
Voorrondes: spektakel en slagveld
In de ene poule was het snel duidelijk wie met de eer ging strijken. In de andere poule was het een verbeten strijd, die pas in het laatste duel werd beslist. Soms kwam de rekenmachine op tafel om de eindstand te bepalen.
Vakmanschap is meesterschap
Rinus Knoops en Kees Mooij pakten in de poulefase de volle mep door vier keer te zegevieren. Zij fileerden hun tegenstanders een voor een. Zowel Rinus als Kees toonden hun vakmanschap op het groene laken. Zij kwalificeerden zich dus als ware meesters voor de finale op zondag. De concurrentie, die geen schijn van kans had, kon met de staart tussen de benen huiswaarts keren.
In de negen andere poules wisselden verlies en winst zich af, waardoor de beslissing veelal pas viel in de slotronde.
Niet alleen letters en woorden
Het letterorakel van de vereniging presteerde in de voorronde uitmuntend. In zijn krachtmeting tegen Jur Zentveld vond hij het adviseren van zijn opponent meer waard dan de winst. Jur is een jonge, enthousiaste biljarter, die voor het eerst aan het toernooi deelnam en voor de sport moet worden behouden. In de andere drie partijen tapte het orakel uit een ander vaatje. In de laatste twee duels pakte hij de winst met respectievelijk 118 en 103 caramboles. Het letterorakel liet hierbij mooi seriewerk zien variërend van 15 tot en met 23 caramboles. De bovenste trede in deze poule was zijn beloning. De tweede trede viel toe aan Jan Huijgen.
Poule des doods
De poule met Gerard Veldt, Henk Revers, Marcel Gevers, Dick Twisk en Hans Molenaar werd vooraf gezien als de poule des doods. Gelet op zijn vorm was Marcel licht favoriet bij de bookmakers. De andere matadoren waren meer dan gevaarlijke outsiders. In deze poule kon iedereen van iedereen winnen. En zo geschiedde. Uiteindelijk trok Gerard de winst in deze poule naar zich toe. De prestaties van Henk Revers in zijn confrontatie met Marcel Gevers mogen niet onvermeld blijven. Henk toverde in deze partij een serie van 30 caramboles uit zijn keu en maakte de partij uit met een totaal van 110 caramboles. Hoed af.
Schaapjes op het droge
Arthur Droog verraste vriend en vijand maar vooral zichzelf door de winst in de poule te pakken. Hij had duidelijk zijn kruit drooggehouden voor dit open kampioenschap. Of was hier sprake van pieken op het juiste moment? In deze poule was het wedstrijdverloop bijna niet te voorspellen. Grilligheid was het sleutelwoord in deze poule. Zo won Annemieke Kuil overtuigend van haar vader Jan Kuil, om vervolgens het onderspit te delven tegen Kim Pothof. De tweede plaats in de poule werd de prooi van Jan Kuil.
Winnen maar niet door
Rien Heijne zegevierde in zijn poule met negen wedstrijdpunten. Nipt achter hem eindigde Mike Bergwerf, die ook negen punten vergaarde. Ger van Velzen speelde zeer wisselend. In zijn ontmoeting tegen Peter Vader verloor Ger kansloos om vervolgens in zijn partij tegen Rene de Boer te laten zien dat hij het spelletje nog steeds beheerst: 89-19. Rien en Mike gingen door naar de finale maar waren om moverende redenen op zondag verhinderd.
Teleurstelling bij titelverdediger
Titelverdediger Gert Tuijn had duidelijk niet de vorm te pakken zoals in de vorige editie van het kampioenschap. De voorronde werd al zijn Waterloo. In deze poule ging de zege zeer terecht naar Wim Revers. Met een prachtige serie van 17 caramboles imponeerde Han Duin in zijn partij tegen Wim. Zijn overwinning in dit duel was dik verdiend.
Kort door de bocht
Frank de Kort trok in zijn poule aan het langste eind. Met drie winstpartijen en negen wedstrijdpunten werd hij glansrijk eerste in de poule. Op de voet gevolgd door Petra, die sterk spelend acht wedstrijdpunten veroverde. Cor van der Zee, Jos Veldt en Ries Jongerius sneuvelden ondanks fel verzet in de poulefase.
Borstklopperij
De poule met Cor Borst, Frans Lute, Herman Waldram, Bas Zonjee en Andre Stet had alles in zich dat biljarten zo mooi maakt. Spanning tot de laatste wedstrijd, applauswaardige missers, lachwekkende plagende opmerkingen en technisch gezien goed biljarten. Frans legde Bas op de pijnbank door met finesse 107 caramboles te maken. Het slachtoffer had hier geen goed woord voor over. Frans was in zijn ogen geen gezelschapsmens, maar een broodbiljarter. Bas was namelijk door Hans Molenaar verleid om deel te nemen aan het toernooi. Het zou vooral gezellig biljarten zijn. De letterlijke uitspraak van Bas was: “Volgend jaar zegt Zonjee geen ja maar nee.” Cor kon zichzelf op de borst kloppen. De winst in de poule was zijn beloning en Frans Lute eindigde als tweede.
Minieme verschillen
De poule met de kleinste verschillen bestond uit Leo Ridder, Will Wessel, Rolf Greshof, Piet Biersteker en de sympathieke Giuseppe Massida. De vijf spelers gaven elkaar geen millimeter ruimte. Het tactische wapengekletter met de keuen leidde tot loepzuivere caramboles of diep verafschuwde net nietjes. Na de allerlaatste carambole in deze poule daalde er een serene stilte over de groene tafel neer. De rekenmachine wees uit dat Leo met de zege aan de haal ging. Met miniem verschil was de tweede plaats voor Will. Piet, Rolf en Giuseppe bleven verbouwereerd aan de bar achter. Op zich geen straf.
Vrij hard en ruim
De kadrist is van de hokjes, de vakken en de lijnen. Het driebanden is het spel van de diamonds, minimaal driebanden en het zien van grote lijnen. Het libre kent weinig beperking en is bij uitstek het spel van vrijheid. Iedereen mag het spelen op zijn of haar manier. De een kiest voor het verfijnde kleine spel, de ander gaat voor ruimte en de stevigere stoot.
In de poule met Peter Groenendal, Jan Kloes, Rob Tijms, Jan Beerse en Nico Veldt was er sprake van een ware kaalslag. Met uitzondering van Rob speelde iedereen onder zijn persoonlijke algemeen moyenne. Was het spel slecht? Zeker niet, er waren meer dan fraaie oplossingen te zien voor moeilijke stootbeelden. Voor een bal over drie of meer banden draaien Peter, Rob en de beide Jannen hun hand niet om. Zij lieten zien dat ook met ruim spel series gemaakt kunnen worden, die er niet om liegen. Kernwoord hierbij is: vastheid.
Het ruime wat hardere spel speelde met name Nico Veldt parten. Van nature is Nico toch meer gericht op het seriespel dan zijn opponenten. Voor hen stond vooral het maken van de carambole centraal. De spelers maakten in deze poule elkaar het leven behoorlijk zuur. Met acht wedstrijdpunten werd Jan Kloes de winnaar. Tweede werd Rob Tijms met twee wedstrijdpunten minder.
Het stof is neergedaald
De elf poulewinnaars waren na de voorronde bekend. Na enig rekenwerk kon worden bepaald wie de beste nummers twee waren. De zestien finalisten konden zich opmaken voor een zondag, die zeker geen rustdag zou zijn.
Zondag: Vier poules, twee halve finales en het klapstuk
Op zondag 7 juni 2026 voegde Demi Vollering winst in de Giro d'Italia aan haar palmares toe. Met deze zege voltooide zij de trilogie. Eerder had ze al een keer de Vuelta en de Tour de France gewonnen. Op dezelfde dag werd Robin van Persie bij Feyenoord ontslagen. Voor de 16 finalisten was de vraag: wie treedt in de voetsporen van Demi of wie kan net als Robin een ervaring rijker maar een illusie armer huiswaarts keren?
Kwartfinales: verrassing versus teleurstelling
De finalisten waren voor de kwartfinale in vier poules van vier deelnemers ingedeeld. Iedereen speelde dus minimaal drie partijen. Om klokslag 10.30 uur was het gedaan met de zondagsrust, en gingen de spelers in de Castricumse arena de allesbeslissende strijd aan.
Poule 1: Will wil wel
In deze poule liet Will Wessel er geen gras over groeien. De man uit Akersloot won zijn wedstrijden tegen Leo Ridder en Kees Mooij op eclatante wijze ruim boven zijn persoonlijke moyenne. Ook zijn duel tegen Petra sloot Will winnend af, waardoor zijn puntentotaal op acht uitkwam. Will werd ruimschoots eerste in de poule en drong daarmee door naar de halve finale. Leo Ridder nam de tweede plek in met vijf punten.
Poule 2: Jan Huijgen speelt tegenstand aan duigen
Arthur Droog had blijkbaar alles al gegeven in de voorronde. In de kwartfinale kon hij evenals Cor Borst geen rol van betekenis spelen. Beide libristen moesten het afleggen tegen de ervaring van Jan Kuil en Jan Huijgen. Het onderlinge duel tussen Jan en Jan viel in het voordeel uit van Jan Kuil. Jan Kuil verloor echter zeer verrassend van Cor Borst. Daarentegen won Jan Huijgen ruimschoots van Arthur. Met deze zege eiste Jan de eerste plaats en een plek in de halve finale op.
Poule 3: Knoops zet zegetocht voort
Rinus Knoops had in de voorronde al zijn ontmoetingen gewonnen. De goede vorm had Rinus behouden, ook nu bleef hij ongeslagen. Met ruime cijfers won Rinus van Wim Revers en Han Duin. Ton de Swart bracht Rinus aan het wankelen en leek hem zijn eerste nederlaag te gaan toebrengen. Rinus herpakte zich tijdig en dwong alsnog een remise af. Met acht wedstrijdpunten zegevierde Rinus in de poule en kon zich dus opmaken voor de semifinale. De tweede plaats in de poule was voor Wim, gevolgd door Han en daarna Ton.
Poule 4: Kruit verschoten
De zwaarste poule van de kwartfinale bestond uit Gerard Veldt, Frans Lute, Herman Waldram en het letterorakel van de club. De laatste had zich met het hoogste moyennepercentage vanuit de voorronde gekwalificeerd voor de finaledag. Topvorm moet je vertonen op de dag dat de prijzen worden verdeeld en nog niet in de voorronde. De man van de vele woorden speelde geen enkele rol van betekenis. Ook Frans had zijn kruit al in de voorronde verschoten. De strijd om kwalificatie voor de halve finale ging tussen Gerard Veldt en Herman Waldram. Gerard had in twee krachtmetingen laten zien dat je hem nooit moet afschrijven. Hij boog twee keer een ruime achterstand om en won met klinkende cijfers. Het onderlinge duel tussen de beide kemphanen was uiteindelijk beslissend. De winst in het duel was voor Herman, die daarmee de laatste halvefinalist werd.
Halve finale: De opwinding loopt op
In de eerste halve finale kruisten Will Wessel en Jan Huijgen met elkaar de keuen. Jan, actief lid van de Assendelftse Biljart Club, kon in deze krachtmeting de benodigde caramboles moeizaam vinden. Ook had Jan het geluk niet aan zijn zijde. Tegenzittende klossen, op een haar na missen en het bekende achterommetje speelden hem duidelijk parten. En ook bij biljarten geldt: “zonder geluk vaart niemand wel.” Will hield het hoofd koel en maakte met regelmaat zijn caramboles. Rustig scorend maakte Will de partij uit. Hij bereikte vooral tot zijn eigen verbazing de finale. Na afloop zei Will enigszins beduusd: “Ik had er nooit rekening mee gehouden dat ik als debutant finalist zou worden.” De sportieve felicitaties van Jan werden door Will lachend in ontvangst genomen.
De tweede ontmoeting in de halve finale ging tussen Herman Waldram en de nog ongeslagen Rinus Knoops, die licht favoriet was. Herman had zich ternauwernood gekwalificeerd voor de finaledag. Ook in de kwartfinale ging hij met de hakken over de sloot door naar de semifinale. Het duel was tot het einde toe een ware biljartthriller. Het spel van Rinus was wederom sterk. Herman zette alle zeilen bij en bleef aanhaken. Hij gaf Rinus meer dan partij. Sterker, Herman kreeg zijn opponent met een knappe eindsprint op de knieën. Met miniem verschil eiste Herman een finaleplaats op. Zijn succes ontlokte bij Hans Molenaar de uitspraak: “Herman is een echte thuisspeler. Nu kan hij het wel. In Hoorn bij de gewestelijke kampioenschappen voor C2 teams gaf hij niet thuis. Ik stel hem alleen nog maar op in thuiswedstrijden.”
Kleine finale: Rinus Knoops pakt draad weer op
De strijd om de derde en vierde plaats ging dus tussen Rinus Knoops en Jan Huijgen. Na een korte pauze bleek dat Rinus de teleurstelling van het missen van de finale achter zich had gelaten. Alsof er niets aan de hand was pakte hij de keu weer strijdbaar op. Aan de dadendrang van Rinus kon Jan geen weerstand bieden. Rinus trok direct vanaf het begin het duel naar zich toe. De opgebouwde voorsprong gaf hij niet meer uit handen en besliste het duel in zijn voordeel. Rinus werd terecht de winnaar van het bronzen eremetaal.
Grande finale: Barrage brengt beslissing
De opvolging van titelhouder Gerrit Tuijn werd bepaald in het duel tussen Herman Waldram en Will Wessel. De heren maakten er een epische strijd van. Een finale brengt altijd extra stress met zich mee. Het bereiken van de finale zorgt voor meer druk, want iedere finalist wil ook winnen. Een andere extra belastende factor is dat alle publieke aandacht uitgaat naar de strijd om het goud. Reacties blijven niet uit, zuchten van teleurstelling en geluiden van opluchting zijn duidelijk hoorbaar.
Will leek af te stevenen op de overwinning, omdat zijn concurrent het spoor in de openingsfase van de finale volledig bijster was. Toen het drankprobleem van Herman was opgelost en hij was voorzien van zijn gerstenat, maakte Herman plots een knappe serie van 17 caramboles. Hiermee was de eindstrijd weer volledig open. Na 25 beurten waren beide spelers nog niet uit. Will had verhoudingsgewijs beter gespeeld dan Herman en zou winnaar zijn geweest. De wedstrijdleiding had bepaald dat de finale werd gespeeld op basis van het principe: uit is uit.
Herman, de uit Amsterdam afkomstige goudvink, zag zijn kans schoon om Will alsnog met nebbisj (niets) naar huis te sturen. De aimabele Akersloter kon geen weerstand meer bieden aan de Amsterdamse bluf. Tot verrassing van velen werd Herman de titelopvolger van Gerrit Tuijn.
Will feliciteerde Herman van harte met het behalen van de titel. Will zei na afloop: “Ik deed voor het eerst mee. Ik heb ervan genoten. Het was gezellig en spannend, maar er was ook ruimte voor de lach.” De nieuwe kampioen sprak de legendarische woorden: “Vanmorgen zei ik tegen mijn vrouw ik ga voor een verrassing zorgen. Ik zag haar blij uit de ogen kijken. Zij had blijkbaar andere gedachten dan ik. Alle gekheid op een stokje: het was fantastisch.”
De prijsuitreiking werd keurig verzorgd door Rolf Greshof, voorzitter van de BVC. Alle deelnemers en vrijwilligers die er samen een geslaagd evenement van hebben gemaakt, kregen van hem een pluim. Bij het overhandigen van de prijzen had Rolf voor de eerste vier ook nog een kort persoonlijk woord. Herman ontving als winnaar naast een beker ook een fraai dartbord. Het dartbord was door een lid van de BVC beschikbaar gesteld.
Biljarten bij de BVC is genietend sportief spelen en nog ontmoeten en lachen ook. Het open kampioenschap libre bewees het maar weer eens.











