Team BVC-4 blaast hoog van de toren in Hoorn

Team BVC-4 blaast hoog van de toren in Hoorn

Op zaterdag 16 mei 2026 vond bij biljartvereniging Horna de gewestelijke finale libre voor C2-teams plaats. Acht teams uit verschillende districten hadden zich voor deze eindstrijd geplaatst. Op de eerste dag van het finaleweekend werden de teams verdeeld in twee poules van vier. De nummers één en twee van iedere poule plaatsten zich voor de finale op zondag.

Teamcaptain Hans Molenaar blonk uit door afwezigheid. Geheel in de stijl van de stad Hoorn koos hij met zijn nieuwe boot voor het ruime sop en de woelige baren. Hij vertrouwde de ploegleiding toe aan Herman Waldram. De overige teamleden waren Marcel Gevers, de kopman, Theo Klaver, de wegkapitein en Ger van Velzen, de onvermoeibare waterdrager.

Zaterdag: Tour de force

In de poulefase namen onze mannen het op tegen de teams van Club ’70 uit Beverwijk, BCL uit Lambertschaag en WM ’85 uit Wieringermeer.

Marcel Gevers speelde deze dag drie partijen en kweet zich meer dan voortreffelijk van zijn taak als kopman. Hij won al zijn partijen met overtuiging. Zijn moyennes mochten er zijn: 3,478 in de eerste partij, vervolgens 4,000 en tenslotte een fraaie 3,809. Nog belangrijker waren de zes wedstrijdpunten die hij voor het team binnenhaalde. Marcel verkeerde zichtbaar in een vorm waar zelfs de Noord-Hollandse tegenwind geen vat op kreeg.

Theo Klaver liet er als wegkapitein eveneens geen gras over groeien. In zijn twee partijen koos hij nadrukkelijk voor de strategie dat het maken van caramboles belangrijker was dan het verzamelen van de ballen. Theo is immers de meester van het ruime biljartspel. Zijn beide tegenstanders kregen nauwelijks een schijn van kans. Wat zij ook probeerden, Theo had vrijwel altijd een passend antwoord klaar. Met twee overtuigende overwinningen pakte hij vier belangrijke wedstrijdpunten voor het team.

Herman Waldram had als ploegleider de zware taak om zijn ploeggenoten scherp en gemotiveerd te houden. De beste manier om dat te doen blijft nog altijd zelf het goede voorbeeld geven door simpelweg te winnen. Alleen komt het woord “eenvoudig” blijkbaar niet voor in Hermans woordenboek. Zijn eerste partij veranderde al snel in een ware martelgang.

Soms leek het biljart meer op een mijnenveld dan op een speelveld. Caramboles vielen mondjesmaat en iedere misser voelde als een steen op de maag. Herman knokte voor ieder punt. Want zoals oude sportwetten leren: een ploegleider die zelf blijft strijden, houdt ook de moraal van zijn manschappen overeind. In de 35e beurt pakte Herman nipt, slechts twee caramboles verschil, de belangrijke twee wedstrijdpunten. Zuchtend van opluchting zei hij na de partij: “Dit noemen ze nu met een banddikte verschil winnen. De twee punten zijn binnen maar vraag niet hoe.”

In zijn tweede partij van de dag had Herman wederom te kampen met een parcours dat leek op de ergste kasseienstrook van Parijs-Roubaix. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er op de tafels veel putjes zaten. Bij rustig spel zag je de ballen omvallen. Echter zacht spelen is niet de cup of tea van Herman. Zelfs zijn matig spelende tegenstander kon hij nauwelijks volgen. Zijn teamgenoten vroegen zich af of de druk van het ploegleiderschap te zwaar voor hem was. Marcel zei: “Hij mist ballen die hij normaal met de achterkant van zijn keu maakt.” Uiteindelijk verloor Herman deze partij kansloos en feliciteerde sportief zijn tegenstander.

Ger van Velzen was om 09.00 uur in de zaal aanwezig. De onvermoeibare waterdrager van het team moest wachten tot 14.00 uur, voordat hij aan de slag mocht op het groene laken. In de tussentijd maakte hij zich verdienstelijk door zijn teamgenoten van drankjes te voorzien en te stimuleren. Ook liep hij regelmatig langs bij Thea, de akela van de dag met de vraag of hij wel op de lijst stond. Een wachttijd van vijf uur is niet de ideale voorbereiding op een partij. De scherpte neemt af en de irritatie neemt toe.

Ger kon in zijn eerste partij de demarrages van zijn tegenstander niet beantwoorden. Hij verloor zijn partij kansloos en bleef verbaasd met lege handen achter. Ger nam zich voor om in de tweede partij van de dag zijn beste beentje voor te zetten. Het mocht niet baten, want ook in zijn tweede optreden kon hij geen grip op de ballen krijgen en speelde hij onder zijn normale niveau. Zijn tegenstander pakte helaas de zege en de twee wedstrijdpunten.

Eind goed, al goed

De zes overwinningen en slechts drie nederlagen waren voor BVC-4 goed genoeg om ruimschoots eerste te worden in de poule. Ploegleider Herman was na het horen van de uitslag in zijn nopjes.  BVC-4 kwalificeerde zich samen met Club 70 voor de finale. Het team bleef dus in de race voor de titel. In de andere poule won het team uit Stompetoren. Obis 2 werd tweede in deze poule. De volgende dag zouden deze vier ploegen strijden om de gewestelijke titel.

Onrust op rustdag.

Zondag 17 mei 2026 was voor de vier teams die zich voor de finale hadden geplaatst zeker geen rustdag. De noeste arbeid van de teams op zaterdag was lonend geweest. Nu stond er weer een loodzware dag voor de boeg met nog meer spanning. In de biljartsport geldt zeker: resultaten uit het verleden zijn geen garantie voor de toekomst.

BVC-4 trad op de finaledag aan in dezelfde samenstelling. Er stonden negen wedstrijden op het programma: drie tegen Obis-2, drie tegen Club 70 en drie tegen Stompetoren. Op basis van de wedstrijden van zaterdag was één ding duidelijk: iedereen kon van iedereen winnen dus iedereen had kans op de titel. Herman Waldram, ploegleider, had ervoor gekozen om Marcel Gevers en Theo Klaver drie keer te laten spelen. Ger van Velzen stond in twee wedstrijden opgesteld en Herman zelf speelde één wedstrijd.

Een vliegende start

Theo Klaver liet in zijn eerste partij als een volleerd wegkapitein zien hoe de koers naar winst moest worden gezet. In een wervelende show gaf hij Piet van der Meij, Obis-2, geen enkele kans. Na slechts 15 beurten met een moyenne van 5,000 trok hij kordaat de twee wedstrijdpunten over de streep. Piet had het gevoel dat er een wervelwind over hem heen was getrokken.

In zijn tweede partij van de dag speelde hij minder wervelend maar wel heel gedegen. Voor het publiek was deze partij spannend tot en met de laatste beurt. Zowel Theo als zijn tegenstander hadden uitzicht op de winst. Met minimaal verschil moest Theo de zege aan zijn opponent laten.

In zijn slotpartij herstelde Theo zich. Met regelmatige scores en een serie van 14 caramboles had zijn tegenstander Vincent Melchior, Stompetoren, weinig in de melk te brokkelen. De broodnodige twee wedstrijdpunten konden aan het teamresultaat worden toegevoegd.

Marcel Gevers had zich als kopman voorgenomen om alle drie zijn partijen tot een goed einde te brengen. In zijn eerste partij volgde hij het prachtige voorbeeld van Theo. In een bloedstollende partij tegen Peter Schaap, Club 70, triomfeerde hij met een prachtig moyenne van 4,00. De eerste stap van zijn missie was volbracht.

In de tweede partij stond Marcel tegenover Rick den Dunnen, Obis 2. Beide spelers zijn geen onbekenden van elkaar en dat gaf deze partij een extra lading. Marcel wilde deze tweestrijd kost wat het kost winnen. Rick kon de zeer voortvarend spelende BVC-matador niet van repliek dienen. Na 18 beurten boog hij respectvol het hoofd voor Marcel, die hem een zware nederlaag had toegebracht. Marcel zegevierde met een moyenne van 4,444 en een hoogste serie van 19 caramboles. Hij lag op koers om zijn missie tot een goed einde te brengen.

Johan Meijners, Stompetoren, was de laatste opponent voor Marcel. Hij had het spel van Marcel in de vorige partijen bekeken en zijn tactiek daarop aangepast. Hij koos voor een defensievere speelwijze. Hierdoor lag er na iedere misser voor Marcel een lastige aanvangsstoot. Marcel liep zo nu en dan hoofdschuddend naar de tafel. Hij vroeg zich dan af: hoe ga ik dit varkentje wassen? Zonder echt hoge series maar met een regelmatige productie van caramboles bond hij ook Johan aan zijn zegekar. Missie geslaagd.

Kopman Gevers had op beide dagen al zijn partijen in stijl gewonnen. Een prestatie om trots op te zijn, die alle lof verdient.

Herman Waldram stond in zijn enige partij van de dag tegenover Dirk Molenaar, Stompetoren. Het spel van de ploegleider was kortom uitermate teleurstellend. De afkorting hiervan gaf precies het gevoel van zijn teamleden weer. Herman verloor kansloos. Hij zou kunnen overwegen om op maandag aan te sluiten bij het koersballen. Gelet op de leeftijden geen onlogische vervolgstap. Herman gaf als oorzaken aan, dat hij nog na deinde van de sleepboot dagen in Zwartsluis. En, dat hij de voor hem noodzakelijke inspiratie miste van teamleider Hans Molenaar.

Ger van Velzen had zaterdag geen partij gewonnen. Als echte waterdrager was hij erop gebrand om daar vandaag verandering in aan te brengen. Een zeer lovenswaardig streven. In zijn eerste partij tegen Boyd van der Meij, OBIS, ervaarde Ger dat iets voornemen toch echt iets anders is dan het daadwerkelijk realiseren. Hij kon wederom zijn draai in deze wedstrijd totaal niet vinden. Boyd profiteerde daar optimaal van en won de partij ruimschoots.

Paul Mans, Club 70, was de volgende tegenstander voor Ger. De tussenstand in de finalepoule liet zien dat Ger absoluut moest winnen. Deze wetenschap zorgde natuurlijk voor extra druk. Een Schotse historicus zei ooit: “Geen druk, geen diamanten.” Om de diamant op de kroon van het team te kunnen plaatsen, moest Ger de spanning weerstaan. Ger vocht voor wat hij waard was. Hij probeerde van alles om eindelijk dit weekend in zijn spel te komen. Niets hielp. Het werd een deceptie voor BVC-4, want Paul ging met de zo begeerde twee wedstrijdpunten aan de loop.

Een koude douche

Aan het einde van de dag was de eindstand:

  1. OBIS 2                             13 punten
  2. BVC-4                              12 punten
  3. Stompetoren                   11 punten
  4. Club 70                             9 punten

De stand toont dat de onderlinge verschillen klein waren en dat de titelstrijd ongekend spannend was. Opmerkelijk is dat de nummers één en twee uit hetzelfde district komen.

Herman, Marcel, Theo en Ger kunnen met opgeheven hoofd terugkijken op een zeer geslaagd weekend. Tot de laatste ronde deden zij mee in de titelstrijd. BVC-4 heeft op harde wijze geleerd dat de wens soms de moeder is van de teleurstelling. Een schrale troost is dat elke tegenvaller een stap voorwaarts is.